dinsdag, november 22, 2005
Just a perfect day
We hebben vandaag heerlijk gefietst. Na een goed begin met het ontbijt op het strand van Natrang pas rond het middaguur voor een korte tocht vertrokken, maar uiteindelijk toch maar doorgefietst, voortgestuwd door de wind in de rug en het spannende zonlicht dat speelde met het waterige landschap onder zich en continu zorgde voor een ander schilderij. De gifgroene kleuren van de rijstvelden staken scherp af tegen de donkere wolken die rond de bergtoppen bleven hangen. De zon scheen onder de rokken van deze wolken door op twee gelukkige fietsertjes.
Vietnam
Vietnam is weer een belevenis op zich. Het is erg leuk om door zulke verschillende landen te reizen. In Vietnam is het een stuk drukker dan in Laos, maar de mensen zijn weer net zo 'enthousiast' naar buitenlandse fietsers als daar. Het is wel weer minder gereguleerd dan in China. De meeste mensen zijn erg vriendelijk, hoewel je hier wel merkt dat er veel toeristen komen en ze af en toe aardig aan je kunnen trekken. Hier zijn weer allerlei kleine dorpjes langs de weg. De huisjes hebben allemaal verschillende (vaak pastel) kleuren. Prachtig zo tussen de bomen. Er zijn ook weer genoeg kleine tentjes langs de weg om cola, yogidrink en koekjes te kopen, en op een klein plastic kinderstoeltje een beetje bij te komen.
In Hanoi hebben we 2 dagen doorgebracht, met name op de fiets. Veel te druk, met alle scheurende en toeterende scooters om je heen. Waar in China iedereen op de fiets zat, zit iedereen hier op de scooter, met het gebrek aan fietspaden maakt dat het verkeer een stuk chaotischer. Verder wel een mooie stad, met een oud centrum, veel rode vlaggen, en herinneringen aan Ho Chi Min. We zijn naar het Ho Chi Min museumgeweest. Dat was erg interessant, omdat we zo wat meer te weten kwamen over de moderne geschiedenis van Vietnam, vanaf het gezichtspunt van Vietnam zelf, en niet vanuit onze westerse (koloniale?) bril. Gezellig op straat, op de kleine plastic stoeltjes, gegeten. Van Hanoi zijn we met de nachtbus naar Dongha gegaan. Dat was een behoorlijke beproeving. Uiteindelijk is Hans-Jan in het gangpad gaan liggen en heb ik de stoel naast mij nog geclaimd en konden we allebei liggen. Vlak boven Dongha lag na WOII de grens/scheidslijn tussen Noord en Zuid- Vietnam bij de Ben Hei rivier. We hebben daarover heen gefietst en zijn naar de Vin Moc tunnels gegaan. Die liggen aan de kust. Tijdens de oorlog hebben de Noord-Vietnamezen die hier woonden een enorm tunnelstelsel gegraven waar ze jaren hebben gewoond om te ontsnappen aan de Amerikaanse bommen. Erg indrukwekkend. Langs de weg lagen ontzettend veel begraafplaatsen uit de oorlog. Ik merk hier hoeveel je naar de geschiedenis kijkt vanuit je westerse ogen. Je weet heel veel over de Vietnamoorlog voor wat betreft de Amerikaanse deelname en de protesten daartegen, maar eigenlijk heel weinig over de Viernameze geschiedenis zelf. Nou goed, dat wordt dan nu snel bijgespijkerd. De strijd tegen het kolonialisme, en het communisme wat daar eigenlijk een reactie op was, de strijd tussen noord en zuid, en de 'American War' natuurlijk (en niet de Vietnamoorlog). en hoe raar het voor het zuiden moet zijn, dat het communistische noorden won, en de zuidelijke hoofdstad Siagon omdoopten in Ho Chi Min.
Van Dongha zijn we naar Hue gefietst. In de 19de eeuw was dit de hoofdstad van Vietnam en bouwden de keizers uit die periode een nieuw paleis, gelijkend op de Verboden Stad in Peking. ER is nu niet veel meer van over, eerst hebben de Fransen er goed huis gehouden, daarna de Amerikanen. Delen ervan zijn ze nu weer aan het herbouwen, maar grote delen zijn nog overwoekerd met gras en zijn ruines (vind ik altijd veel spannender om doorheen te lopen).
De volgende dag zijn we van Hue naar Hoi An gefietst. Hoi An was een erg lief plaatsje, klein en historisch en mooi. We hadden een leuk geusthouse vlakbij de markt. We werden dus wel om 6 uur gewekt door de marktlui (maar dat is voor ons normale tijd geworden inmiddels!). Het was in het oude gedeelte, in een gerestaureerd houten pand. Het water van de rivier stond enorm hoog, de markt liep bijna over (is normaal hier). Heerlijk gegeten. Vanaf Hoi An hebben we een dagje naar Son my gefietst. Hier zijn resten van een religieuze site te vinden uit de 'Champa tijd' tijd, min of meer vergeljikbaar met de Angkor Wat, maar dan een stuk kleiner. Daar wat rondgewandeld, met af en toe een heerlijk zonnetje en af en toe een enorme hoosbui.
Zondag zijn we verder gefietst van Hoi An naar Quang Ngai. De drukte op Highway 1 viel ons enorm tegen. De drukte was nog niet het ergst maar wel het constante getoeter van de bussen en vrachtwagens. daarbij waren er enorme groepen schoolkinderen aan het fietsen, die allemaal hello how are you, where you from etc. riepen. Eentje is best leuk, maar 10 keer per minuut, wordt wat veel. Helemaal omdat de jongetjes vaak mee gingen fietsen. Hans-Jan had ook nog eens last van buikkrampjes. Dus in Quang Ngai hebben we besloten met de bus verder te gaan naar Na Trang en het fietsen hier weer op te pakken en een stuk de binnenlanden in te gaan.
Die busreis was weer een belevenis op zich. Een ticket koop je niet aan een loket, maar bij de chauffeur in de bus, en het was duidelijk dat dat zijn inkomen was. Naast de chauffeur gaan er standaard 2 jongens mee om de mensen de bus in te schreeuwen en de baggage op de bus te laden. Wij stonden al om 6:30 op het busstation en hebben een prachtige bus uitgezocht. De bus gaat blijkbaar pas rijden als er genoeg passagiers zijn, dus we moesten nog ca. 1,5 uur wachten totdat de motor uberhaupt gestart werd. Eindelijk gingen we rijden, en de jongens probeerden almaar passagiers de bus in te trekken (af en toe echt letterlijk trekken, mensen werden gewoon de bus in geduwd, en de tassen opgeladen). De chauffeur reed onwijs hard, ... om de bussen voor hem in te halen zodat hij als eerste de mensen kon oppikken. Na een half uur rijden zat de bus nog niet vol genoeg, en: maakten we rechtsomkeerd om het stuk nog een keer te rijden. Uiteindelijk liep het een beetje vol, om de zoveel beter stoppend om naar mensen te schreeuwen of ze mee gingen (ze hebben hier geen bushaltes), je gaat hier gewoon met je tasje langs de weg zitten, en je hoeft niet bang te zijn dat de bus je vergeet. Als je hele familie er nog aan moet komen op de brommer (ergens langs de snelweg) wacht de bus gerust een kwartier. Er werden kilo's rijst opgeladen (het is net oogstseizoen geweest en nu gaan ze de rijst waarschijnlijk in Saigon verkopen; er ging ook een zak met levende krabben op het dak). Gelukkig gingen de arme varkentjes niet mee. Uiteindelijk zat de bus redelijk vol, en maakten we wat snelheid. Het was echt de wildwest, en de jongens een stel cowboys. Hingen de hele dag uit de deur van de bus. We kwamen om 8 uur 's avonds aan in Na Trang (waar we ook nog 10 km moesten fietsen het centrum in). Al met al 13,5 uur over 420 km gedaan. Dus dat was me het dagje wel. Het 2de stuk werd de route erg mooi en rustig (dus ik begon wel te balen van onze keus, maar goed je weet het nooit wat je te wachten staat).
Vanmorgen hebben we lekker met een stokbroodje en een verse mango ontbeten op het strand, en we doen het nog even rustig aan. Hans-Jan heeft nog steeds last van zijn maag en mijn darmpjes zijn ook niet rustig meer.
Vanmorgen hebben we lekker met een stokbroodje ontbeten op het strand, en we doen we nog even rustig aan. Hans-Jan heeft nog steeds last van zijn maag en mijn darmpjes zijn ook niet rustig meer.
zaterdag, november 19, 2005
Hier en daar een bui
We mogen niet klagen, maar het regent hier in Vietnam wel allemachtig veel. Als we niet op de fiets zouden zitten in t-shirt en korte broek, maar achter het raam van een airconbus zouden we waarschijnlijk geen verschil zien met een regenachtige dag op schouwenduiveland gezien vanuit bus 133 richting zierikzee.
Toch hebben we al weer een kilometertje of 400 erop zitten en het valt altijd mee als je aan het rijden bent. De eerste spatjes zijn wat fris, maar tegen de tijd dat het water je schoenen inloopt is het al zodanig opgewarmt dat we er geen erg meer in hebben.
Vanuit Hanoi hebben we een nachtbus gepakt waarvan we hoopten dat de lege plaatsen rond ons heen op de achterbank daadwerkelijk niet verkocht zouden zijn. Een dorp na Hanoi stapte de resterende passagiers echter in, dus dat was een fijn nachtje voor Kim opgevouwen op de bank en voor mij op de vloer onder de achterbank. Om 600 am aangekomen, fietsen eruit hotelletje geregeld en om 9 uur alweer op de fiets richting de Vingmoc tunnels, waar de Vietcong op simpele wijze de bevoorrading van hun marine eiland voor de kust wisten te continueren ondanks 700000 ton bommen vanuit d elucht. De rondleiding was door een meisje wiens ouders in de tunnels hadden geleefd. Heftig.
De dag daarna maar lekker doorfietsen naar Huez. Erg mooie Citadel (hadden de fransen dit keer nog wel een deel van laten staan) welke niet zoals in China nog de oorspronkelijke staat verkeerde. Wat meer ruines en rotzooi dus, maar wel veel spannender dan alle gladgespoten en spik en span gerestaureerde bouwsels. Overigens hebben de fransen gelukkig niet alleen maar zaken weggeroofd uit de voormalige kolonien, maar ook een en ander achtergelaten: de baguettes au confiture smaken ons in ieder geval prima.
Na Hue door naar Danang (waardoor de tocht 115 km telde) halverwege een klim van de buitencategorie (de Hai Van pas) en een pitstop voor mij om een paar garnalen op de berg achter te laten (die lonelyplanet restaurants koken veel te vet voor onze magen). Voortaan gewoon weer op straat eten dus...
De dag daarna een relaxte 30km naar Hoi an, waar we het al twee dagen uithouden. Een gezellig historisch dorpje waar we midden op de martplaats in een family lodge (!) slapen. Morgen lekker vroeg op (met de marktkooplui) om rond 6 uur de volgende leg aan te vangen van 125km langs de kust. Dat hopen we overigens, want vanwege de enorme regenval staat de rivier op overstromen en de kans bestaat dat we onze laatste 6 weken hier moeten slijten (en er is hier ook nog kippenflu uitgebroken!).
zondag, november 13, 2005
Verkeersregels?
Na in vier landen gefietst te hebben (met nog geringe Vietnam ervaring) is het aardig om het kort te hebben over de verkeersregels in ZO Azie. Daar kunnen we dus inderdaad aardig kort over zijn: die zijn er niet. Of liever gezegd ze zijn er waarschijnlijk wel, maar worden door iedereen zodanig geinterpeteerd dat de voorrang en het gelijk aan de eigen zijde ligt. Ieder voor zich en God, Allah, Boeda of Mao voor ons allen. Toch is er een aantal onderliggende ongeschreven overlevingsregels die wij in de afgelopen weken hebben opgetekend.
1 Kijk altijd alleen maar voor je en liefst niet te ver.
Jij bent er voor verantwoordelijk dat je niet tegen iets of iemand aanbotst die voor je rijdt, loopt of graast. Dit is niet ingegeven door socialistisch idealisme en respect voor de medeweggebruiker, maar meer vanwege het feit dat een aanrijding jou alleen maar meer tijd en energie kost.
2 Laat duidelijk zien waar je heengaat.
Dat betekent niet dat je opeens richtingaanwijzers moet gebruiken of armen uitsteken, maar meer dat je ruim van te voren aan een afslag begint. Het komt geregeld voor dat we mensen tegenkomen op onze weghelft die al bezig zijn met het nemen van een bocht een paar honderd meter verderop. Gewoon ontwijken, want overlevingsregel 1 blijft gewoon gelden.
3 Maak Lawaai.
Voor de meer auditief ingestelden onder de ZO aziaten heeft men hier de claxon uitgevonden. Zien ze je niet (want iedereen kijkt voor zich) dan horen ze je te minste aankomen. Ook voor invoegend verkeer is dat wel zo makkelijk, dan hoef je tenminste niet naar rechts of links te kijken: geen geluid: rijden maar!
Overigens na vandaag in Hanoi gefietst te hebben tussen 3 miljoen scooters vermoeden we dat er voor Vietnam nog een of twee survivaltips bij moeten komen om heelhuids de finish te halen... Er staan overigens ook weer een paar foto's op de flickrhomepage (in het rechtermenu klikken op fotopagina).
Organisatie oke, maar vangnet? nee
In de vorige post hebben we geschreven over het enorme organisatievermogen in China, en de stiptheid. Super. Ook de bus van Guilin naar de grens met Vietnam was stipt op tijd weg gegaan, ware het niet dat er twee buitenlanders met enorme fietsen en bergen tassen hun spullen nog in de bus moesten proppen. Ik kocht om 12:29 een kaartje en ze gaf me die voor de bus van 12:30 (met eigen stoelnummers). Wat waren we toch een geluksvogels, en wat ging het toch soepel dat verkeer in China. Super de luxe bus, fietsen veilig onderin. Hmmm, relaxmoment. Totdat de bus wat begon te stinken en te ronken. Kaput. Gelukkig maakte hij het nog tot het volgende tankstation. Waar we moesten uitstappen en ca 10 minuten moesten wachten. Zo makkelijk ging het allemaal niet, de bus werd niet meer aan de praat gebracht. Na een uur werd ons geprobeerd duidelijk te maken dat we de spullen uit de bus moesten halen. Er zou een andere bus komen (dachten we). De hostess van de bus (op iedere servicebus zitten 2 chauffeurs en een hostess in een prachtig pakje) ging aan de weg staan met paraplu, een poging wagende een andere bus aan te houden waar wij, en ca 10 medepassagiers mochten in stappen. Nou, dat mocht duidelijk niet. De ene na de andere bus zoefde voorbij zonder ook maar gas terug te nemen. Inmiddels waren er 2 uur voorbij, iedereen was nog geheel kalm. Hans-Jan ging toch maar even met het woordenboekje vragen wanneer de volgende bus zou komen. Toen schudde de hele bus van het lachen. Nou goed, aangezien we nog met 10 anderen zaten konden we er ook nog wel omlachen. Maar goed, om 16:00 uur zou er een bus komen om ons op te halen (dachten we). Het werd 16:00 uur en de stewardess kwam enigszins driftig en doorweekt terug. Het was de bedoeling geweest de bus die om 16:00 uur langskwam aan te houden, maar... die was doorgereden. woordenboekje tevoorschijn gehaald: wanneer komt de volgende bus? Inmiddels werd er niet meer gelachten, maar om 17:00 uur zou er echt, echt een bus komen. Gelukkig stopte er eindelijk al na 10 minuten een bus, waar mee konden. He, he. We waren drie uur verder, zouden de grens niet meer halen, maar we zaten in ieder geval weer in een rijdende bus. Gelukkig zat er voor ons een Chinees meisje, die Engels sprak, volgend jaar in Dresden gaat studeren, en ons graag wilde helpen. We vroegen haar met de onze 4 jaar oude Lonely Planet of 'dit' het busstation was van Nanning. 'How old is this book?' vroeg ze, lachend (domme buitenlanders). Er was geheel ergens anders een half uur buiten de stad een nieuw busstation gebouwd. GElukkig wilde ze ons wel met haar vriend op de scooter naar een betaalbaar hotel brengen. Gelukkig had ze ook een heel raar strikje in haar haar zodat we ze zwetend en puffend ergens tussen de overige scooters op de weg konden ontwaren. wel weer superfietsen over een enorm brede weg met pornoverlichting en imposante nieuwe hoogbouw van de periode na 2004. Immens. 's Avonds lekker op straat gegeten, met een aantal bij de televisiewerkende, engels proberend te sprekende Chinese nerds.
De laatste dagen China
Na het fietsen over de brede boulevards en het Tiananmenplein -iets wat normaal gesproken niemand mag- kon Peking natuurlijk niet meer stuk. Het was een geweldig interessante, historische stad, waar alle lagen van de geschiedenis bij elkaar komen. Alhoewel ze hun geschiedenis blijkbaar ook wel maken. Met het oog op de Olympische spelen waren ze druk bezig allerlei oude gebouwen op te knappen. Dat ging er redelijk grondig aan toe (voor zover ik dat kan beoordelen, aangezien ik geen kenner ben van de Chinese bouwkunst). In de Verboden Stad hebben we al een hele dag rondgedwaald. Het leuke was dat je er ook echt kon dwalen door allerlei gangen en subpaleizen. En natuurlijk was het grappig om de beelden van de film de Last Emperor te herkennen, en de jonge keizer te zien rondrennen. Naast het rijke Keizerverleden, waar de Chinezen en masse en en groupe voor staan te dringen, zijn er natuurlijk de communistische relicten. Wel relicten? Het is er natuurlijk nog springlevend. Mao's portret hangt nog meer dan levensgroot op het Tianmenplein. Verder: de enorm brede, verlichte, georganiseerde boulevards. Dat was toch wel impresse. En: heerlijk om overheen te fietsen. Bijna alle Chinezen zitten op de fiets of in de auto (er zijn nauwelijks scooters). Op de meeste pleinen, in de meeste parken en sommige winkelstraten mag je je fiets (best begrijpelijk) niet mee nemen. Dat fietsen was wel een aparte ervaring. Niet alleen doordat je door die brede fietspaden nauwelijks weet waar je moet fietsen, maar ook door de rijstijl van de Chinezen. Ze kijken niet om, niet naar links en niet naar rechts. Slechts vooruit, en dan ook nog maar net over hun voorband heen. Je kan bellen, toeteren, maar: ze zitten in hun eigen wereldje, dat er een paar miljoen Chinezen om hen heen fietsen lijken ze niet op te merken. De auto heeft ten alle tijde voorrang, vinden ze zelf, dus dat is het enige waar je voor moet oppassen. Het is wel vreemd. Aan de ene kant zijn de Chinezen heel erg op zichzelf gericht, en individueel. Aan de andere kant gaan ze bina alleen maar in grote groepen op reis, en volgen ze de guides blindelings (misschien is het dat, zijn ze oostindisch blind). De groepen krijgen meestal een eigen petje, meestal rood, soms geel. En dan zie je ze bij elkaar staan en tegelijkertijd draaien de petjes dezelfde kant op, op weg naar de volgende major bezichtiging (net als mieren volgen ze hetzelfde pad en wijken ze er nauwelijks van af, af en toe zie je een verdwaald petje).
Dag 2 zijn we een treinticket gaan regelen, ook wel circa een dag, zeker omdat we voor de test maar eens een Lariampil op de lege ochtendmaag hadden genomen. Toen zat er niet veel schot meer in de zaak. Het viel niet mee om de fietsen mee te krijgen. Met handen, voeten, tekeningen en foto's konden we het duidelijk maken, we moesten alleen wel bij een ander station zijn, ca 10 km verderop. Wij op de fiets erheen, over de brede straten, langs de imposante hoogbouw. Kaartje kopen ging, toen zoeken waar we de fietsen konden opsturen, dat was nog eens 2 uur. Aardige mensen aldaar, maar zonder Engels best moeilijk uitleggen, zeker als je de fietsen niet meteen wilt opsturen, maar de volgende dag wilt terugkomen.
In het donker (maar met 'pornoverlichting' langs de weg) weer 10 km terug naar het centrum. De dag daarop zijn we naar het Zomerpaleis gegaan. Lekker 20 km gefietst. Onze route kwam ook langs het Olympische terrein. Het stadion is al bijna klaar. Dus dat komt wel in orde met die spelen. Het is herfst in Peking. Het weer was heerlijk fris met zon. De bomen hadden de prachtigste kleuren, dus we hebben een heerlijke zondagmiddagwandeling rond het meer van het Zomerpaleis gemaakt. Parken aanleggen dat kunnen die Chinezen wel. De architectuur is wat minder mijn smaak. 's Avonds de fietsen afgeleverd. Het duurde even voor we een bonnetje meekregen en het voelde nogal geamputeerd zo zonder fietsen, die ons al steevast 5 weken vergezellen. In Guilin stonden de fietsen binnen 4 minuten voor onze neus! Je kan van alles zeggen van China maar dingen organiseren dat kunnen ze. De reis van Peking naar Guilin duurde 27 uur, en: we kwamen stipt op de minuut (niet overdreven) om 12 uur aan.
Van Guilin wilden we nog even naar Yangsuo fietsen. Slechts 85 km. De weg was echter niet zo strak en recht als we dachten. In Xingping waren gelukkig ook genoeg hotels (verder geen toeristen). Dus wij hadden de suite op het dak, met riverview. Dat we hier gestrand waren kwam de volgende dag alleen maar goed uit, want vanaf hier konden we een prachtige rit over de rivier maken, met een bootje. Het bootje was een motorboot en een behoorlijke toeristtrap. Hij ging op de terugweg ineens enorm hard (om de volgende toeristen op te pikken), en: hij zette ons niet af bij de opstapplaats, maar een stuk verder terug. Na een boel gedoe besloten we dat discussieren geen zin had, en besloten we dat we het beste wat van het toeristenstalletje konden claimen al compensatie voor het feit dat we nu een stuk moesten lopen (wat we best oke vonden). Het werden houten kippetjes, die inmiddels al zijn afgebroken. Daarna door naar Yangsuo. Heerlijk relaxete fietstocht (eindelijk!), klein stukje en nauwelijks bergen. Yangsuo was leuk. De Sinterklaaskado's op de postgedaan. We hadden ook prachtige theeflessen gekocht, die waren volgens de dame echter te fragile om op te sturen (verboden, regels van de staat, niets aan te doen, niet over te praten...), die zeulen we dus nog steeds met ons. Dat is erg praktisch, gezien hun omvang en het feit dat ze in een handige grote doos zitten. Hopelijk kunnen we ze in Hanoi wel posten...
zaterdag, november 12, 2005
Statistieken na 2000 meter (vanuit Hanoi)
Afstand: 2000 kilometer
Hoogste punt: 3801 meter (beetje verbeterd op weg naar Zongdian)
Aantal lekke banden: geen (toch al redelijk wat onherbergzame wegen verslonden: www.schwalbe.com en http://www.schwalbe.nl/index.pl?modus=lang&punkt=1168&abstract=0363&bereich=produkte&einsatzbereich=4&produktgruppe=49 marathon xr)
Meest populaire benaming voor een guesthouse in de regio: Eco Tibetan Bamboo Family Lodge with riverview
Meest gejatte onderdelen van een fiets: 2 (tijdens de treinreis van Beijing naar Guilin is Kim haar Nijntje bel gestolen en mijn achteruitkijkspiegel)
Grootste echtelijke crisis: de etappe van Guilin naar Yangshuo die uiteindelijk in Xingping eindigde doordat de rechte geasfalteerde weg door het laagliggende dal op de kaart in werkelijkheid onverhard over alle karstpieken van de regio bleek te gaan en we pas om 1300uur op de fiets zaten...
Gezamenlijk gewicht: het afvallen gaat nog niet zo hard door het lekkere eten en het uitblijven van diarhee aanvallen. (We loven een ZO Azie souvenir uit aan degene die het dichtst bij het totaalgewicht zit de dag van aankomst op schiphol; inzendingen graag als comment onder deze post; startgewicht 150kg (OVERIGENS exclusief bagage, ondanks wat sommigen van jullie dachten.....)
Soon meer vanuit Hanoi
zaterdag, november 05, 2005
Eindelijk. Eindelijk heb ik de langgeoefende vraag in het Chinees kunnen stellen: "Tjenanmun, quangchang zai nar li?" Oftewel waar is het plein van de hemelse vrede? Na vijf pogingen met verschillende intonaties verscheen er een lach op het gezicht van de vrijwel tandeloze beijingse collega fietser. Mijn vraag " Poejen?" werd zelfs ineens herkend als "niet ver?". En vijf minuten later stonden we met ongehavende fietsen van de vliegreis voor de poort van de verboden stad, waar de last emperor Puyi een 85 jaar terug zijn eerste pogingen op de fiets maakte. De term stad is volledig op zijn plaats, want de oppervlakte is zo groot als Zierikzee en het was geen probleem om een heel groot deel van de zonnige dag te vullen.
Aansluitend naar het gezochte plein dat aan de zuidkant van de verboden stad ligt (die geheel in Feng sui traditie gericht is op het zuiden, wat het navigeren in alle paleizen en gebouwen een stuk eenvoudiger maakte). Met de fiets in de hand lopen we over het historische plein dat omgeven is door wegen van een breedte waar de A4 met gemak vier maal inpast, en dan houd je ook nog een fietspad over met de breedte van een half voetbalveld. Communistische planologie kenmerkt zich door ruimte, uitzicht en doorstroming van verkeer. Historische objecten als stadsmuren zijn in de jaren vijftig gewoonweg neergemaaid. Kim is er een beetje van ondersteboven.
Op het plein worden we aangesproken door Chinezen die hun engels willen oefenen en graag ons een rondleiding op het universiteitscomplex geven. Het gesprek verloopt erg prettig, hoewel er gedurende de dialoog tientallen geinteresseerde stadsgenoten rond ons heen komen staan. Waarom is een grote vraag van geen van hen spreekt engels blijkt. De fietsen aan de hand leveren toch wel een hoop bekijks (hier rijd met alleen op flying pigeons en van een Sintesi of een Magura geremde Cube kijkt men hier toch wel even op). Een cameraploeg die opnames aan het maken was voor de Chinese MTV wilde ons ook nog even filmen. De regisseur beargumenteerde dit met " I think your T shirt (rood met een gele ster) is very beautiful," eraan toevoegend "and your girlfriend to". Dus hebben we 15 minuten van onze kostbare drie maanden gedoneerd aan de Chinese televisie, uiteraard aangestaard door nog veel meer Chinezen die door de filmploeg maar met moeite konden worden weggehouden van onze act. (het script in het kort: doe gewoon, maak een foto van je vrouw). De duimen van de regisseur gingen hard omhoog toen we de camera met langgestrekte armen voor het hoofd hielden om zo een foto van ons beiden te maken (beproefde techniek, voor het eerst uitgebreid getest tijdens de Elbrus expeditie : ).
Na het plein nog wat Dumplings en Noodles , sjoppen op een zeer commukapitalistische boulevard (veel grote shops, maar wel met agenten strak in de houding onder een Macdonalds parassol) en de dag was af. Beijing is weer een heel ander China daar dan waar we tot nu toe hebben gefietst, op deze manier krijgen we een beetje indruk van de grote en diversiteit van dit geweldige land.
De laatste loodjes in de bergen wegen inderdaad het zwaarst. De downhillende fietsers die we in de dagen hiervoor tegenkwamen hadden misschien toch een beter beeld van de hoogtelijnen in de omgeving (we wisten dat het zwaar was, maar zo zwaar...). De passen die we hebben moeten nemen vanaf de Tiger leaping Gorge naar Zongdian liepen respectievelijk over 3300, 3100, 3675 en 3800 meter. Daarnaast zijn we gestart op 2000 meter, maar eerst gedaald naar 1700 om daar onze klim begonnen. Zongdian ligt op 3200 meter, en de laatste 30 kilometer hadden we een flauwe afdaling met regen en een koude harde wind tegen. De alpe d'huez is op deze manier een eitje, want in deze regio is een beklimming van 20 kilometer geen uitzondering. De weg was gelukkig wel goed, maar toch ook nog zo'n 180 kilometer, dus deze twee dagen waren ongetwijfeld de zwaarste van onze ronde. Afzien is best leuk op een hemelvaartdag in Limburg, maar als je met een meermaandse en bepakte tocht bezig bent gaat het niet om het verleggen van fysieke en mentale grenzen maar om het verbreden van de culturele horizon. Voortaan iets rustiger aandoen dus. Hierbij wel een paar foto's van de prachtige uitzichten die ons ter compensatie passeerden.
donderdag, november 03, 2005
De plannen voor de komende tijd
Zometeen duiken we met of zonder fiets het vliegtuig in naar Beijing. Daar hopen we weer wat meer tijd te hebben voor een verslag van de monstertocht over vier passen waarvan de hoogste 3800 meter. Het zou dus op zich geen probleem zijn als we de fietsen een paar dagen moesten missen. Vier dagen Beijing, daarna met de trein naar Guilin en Yangshuo en volgend weekend zitten we in Hanoi, vietnam.
Foto's uploaden kan ook weer, dus vanaf de hoofdstad hopen we de visueel ingestelden onder jullie wat beter te bedienen.
Bergen verhalen, weinig tijd
De afgelopen weken zijn we van Dali naar Zongdian gereisd via Lijang. Alledrie de plaatsen zijn redelijke touristentrekpleisters voor voornamelijk Chinezen zelf. Dali ligt op 1900 meter en Zongdian op 3200 meter, we hadden dus redelijk wat hoogtemeters te gaan, want de weg ging helaas niet langzaam omhoog, maar met stijgen en dalen. Vandaar dat alle fietsers die wij onderweg tegenkwamen (drie nederlanders en twee duitsers) ook ervoor hadden gekozen om van Zongdian naar beneden te fietsen: sissy's.
De tocht van Dali naar Lijang was een prettige tweedaagse met een maximale hoogte van 2800 meter (zoals vermeld in de statistieken). Het weer werd wel een stuk kouder en Kim verkouden, dus het was fijn om in Lijang een kamer te hebben met een tweepersoonsbed (het enige in China, want ze slapen hier allemaal seperate ivm de geboortebeperking).
Na de post over de statistieken was het idee om nog een dag in Lijang te blijven, maar nadat bleek dat de fietsen vanaf Zongian niet in het vliegtuig mochten besloten we op stel en sprong snel door te fietsen om met de bus van Zongdian verder China in te trekken (overigens typ ik nu als een dolle om alsnog het vliegtuig te halen in Zongdian, met onze fietsen verstopt in een authentiek handgemaakt tibetaanse bikebag.... we zien wel of het lukt).
Vanaf Lijang richting Tiger Leaping Gorge werden we voor de beklimming 240 yuan lichter gemaakt door een wegversperring die men waarschijnlijk voor een prikkie had gekocht van de stad Berlijn rond '89. Voordat we daadwerkelijk de gorge in zouden kunnen zijn we overigens nog twee ' booking offices' gepasseerd, die allen een steeds kleiner wordend bedrag entree vroegen voor het laatste stukje. Als alle chinezen dit principe gaan hanteren gaat het reizen erg prijzig worden hier. Die dag hebben we rond de 1100 meter geklommen over een zandpad met grote loszittende stenen en gelukkig daarna een afdaling van 3300 meter naar 1900 in Daju, een klein plaatsje aan de oever van de Yangtze en aan de monding van de Leaping gorge (www.tigerleapinggorge.com ). De opvolgende dag was bedoeld als rustdag, maar bleek een downhill met fietsen en tassen naar de ferry waar ik skieend al bibberbenen van zou krijgen en aan de andere kant een tweemaal zo lange uphill waarin we weer 250 hoogtemeters maakten met de fiets op de nek. Nog een klein stukje fietsen naar de Walnut grove midden in de gorge: 15 kilometer vals plat en s middags nog even naar beneden de gorge in. Kortom, heerlijk uitgerust begonnen we de dag daaropvolgend voor de zwaarste tweedaagse totnogtoe: er was ons door de downhillende nederlander een pas van 4000 meter beloofd...
Abonneren op:
Posts (Atom)