zaterdag, oktober 22, 2005

Stuck in the mud

Chinese tekens lezen is zo makkelijk nog niet. Dus het vorige, enorm lange bericht is niet op onze weblog terecht gekomen. Een nieuwe poging. Maandag zijn we met de bus van Luang Prabang naar de grens vertrokken. De fietsen werden stevig bovenop de bus gebonden. We konden van Luang Prabang naar Oudomxai en moesten daar een bus verder regelen. De rit was prima, af en toe stopte de buschauffeur even als iemand wat langs de kant van de weg wilde kopen (van vers fruit tot dode eekhoorntjes or whatever, ik heb er niet naar gekeken). In Oudomxai konden we tot onze verrassing een uur later de volgende bus naar de grens nemen, Een zeer luxe uitziende minibus, waar we met zijn vijven instapten, de fietsen weer op het dak. Gaande de weg werd de bus wat minder luxe. Halverwege kreeg de chauf de versnelling niet meer in zijn drie, en de bij iedere kuil (het waren er nog al wat) leken de veren het te begeven. De weg werd ook almaar slechter, en langzaam werd het donker en ging de chauf dus maar wat harder rijden. In het pikdonker kwamen we aan in Boten, de grensplaats. Het in de LP beschreven guesthouse bleek niet meer te bestaan, maar volgens de barman was er 2 km verderop, in China, wel een prima hotel te vinden. En... de grens was nog open. Aan de grens was niemand te vinden en toen we aanstalten maakten om dan maar verder te fietsen kwam er ineens een douanebeamte uit het cafe gerend om ons uit te checken. Allemaal vriendelijk en aardig, en snel, geen probleem. Dus wij stapten op de fiets het donker inrijdend, en na enkele pedaalslagen kwamen we geen meter meer vooruit: de fietsen zaten muurvast in de vette Laotiaanse modder, en mijn slippers zogen zich ook helemaal vast. Met onze handen de modder verwijderd, schoenen aangedaan en toen langzaam verder gesjord, na gevoelsmatig ca een uur kwam er weer wat beweging in de fiets. In de verte ontwaarden we wat licht, gelukkig. Toen we dichterbij kwamen werden we helemaal gelukkig: een brede betonnen weg met palmbomen langszij en een zee van licht: de chinese kant. Een waar staaltje communistische kitsch, of machtsvertoon wat je wil, maar wel prettig na een modderbad. Onder de modder gaven we ons paspoort aan een vriendelijke, engelssprekende chinees (de laatste die engels sprak voor de komende drie dagen) en gingen op zoek naar een hotel. Er was niet veel, en waar we terecht kwamen leek op niet veel meer dan een hoerenkast, met een smerig toilet, en geen douche. 's Nachts werden we luid gewekt door een schreeuwende Chinees naast onze deur; hij was niet helemaal eens met de prijs van zijn kamer, geloof ik. Wel was er een kraantje waar we onze fietsen prima mee konden afspoelen. Dat was de activiteit van de volgende ochtend. En zo snel we konden gingen we op weg naar Mengla, circa 50 km fietsen. Het landschap was meteen anders, de wegen totaal verschillend. De rust van Laos werd ruw verstoord door voortbanjerende en toeterende vrachtwagens. Over 200 km lang reden we langs een nieuw aan te leggen snelweg. Een enorm project. Er waren ook nauwelijks nog dorpjes langs de weg (waar we water konden kopen) en er waren geen groetende kinderen meer (erg jammer). In Mengla aangekomen dachten we, kom laten we nog wat verder fietsen. Op de kaart leek het alsof het nog een keer zo lang was, en het stuk tot nu hadden we heerlijke heuvels gehad. Vergissing. Het was nog wel drie keer zo lang, en de heuvels veranderden in enorme cols van ca 15 km. We fietsen steeds door het natuurreservaat, waar ze over minimaal 250 km bezig zijn een nieuwe weg aan te leggen. bijna allemaal handwerk, niet normaal. veel vrachtwagens rond de oren, die flink toeteren als ze je inhalen. Verder was het overigens een prachtige rit van de grens naar Jinghong door het 'regenwoud'. Veel langs kleine Daidorpjes gereden, en het uitzicht vanaf de bergen was prachtig. 's Morgens veel mist, dus dat was lekker koel wegrijden,daarbij reed je lekker koel onder de bomen. Nu zitten we in Jinghong, een redelijk grote stad. Na twee weken bergen en primitieve bergdorpjes en rijst hadden we wel zin in een stad, en een lekkere boterham. China is superleuk maar al na 2 dagen hadden we toch wel zin in engelsprekende mensen (ipv gebarentaal) en een schone hotelkamer (die viezigheid, dat gaat echt niet wennen). Zeker omdat we steeds onder het stof van de fiets stappen. Al met al begonnen we heimwee te krijgen... Dus dan maar even overschakelen op een wat meer westerse gewoonten. Fietsen is overigens een geweldige manier van reizen. Ik vind het echt heel leuk, omdat je veel meer in de omgeving bent en veel meer contact met de mensen en ook in kleine dorpjes kan stilstaan (een bus raast daar altijd langs).

1 opmerking:

Anoniem zei

Ha bikkels,
Reikhalzend kijk ik inmiddels uit naar jullie volgende verslag. Vlijmscherpe Chinese scheermessen, ploeterend door modder en stof, nu wordt het echt avontuur. Klinkt allemaal ontzettend goed!! Have fun.
Groet uit de Marconitoren van Thieu en Astrid